Optimaal Zorg

Afscheid

Dit blog is geschreven in opdracht van Optimaal Zorg.

Als je werkt met ouderen komt er onherroepelijk het moment van afscheid nemen. Het is nooit leuk maar wel heel fijn om een soms jarenlange zorgvrager-zorgverlener relatie op een fijne manier af te sluiten. Na jaren wekelijks contact ken je elkaar goed, beter, best. Het is niet niks als dat wegvalt en daar moet je iets mee, ook als zorgverlener met een zekere, professionele afstand. Goed afscheid nemen helpt daarbij. 

Door de jaren heen heb ik inmiddels een aantal keren meegemaakt dat cliënten overlijden. In alle gevallen geldt, dat de dood voor de betrokkenen op het juiste moment kwam. De geest wilde misschien nog wel verder, maar het lijf was op. Ze waren klaar met het leven en vonden het goed zo. Het gevecht tegen het onvermijdelijke was opgegeven. 

Het is altijd moeilijk om te zien hoe snel de gezondheid verslechterd en het steeds duidelijker wordt dat iemand niet lang meer in het land der levenden zal zijn. Als zorgverlener ben je er om dat proces voor de oudere en diens familie zo goed mogelijk te laten verlopen. Zij moeten afscheid nemen en loslaten. 

Maar toch, ook als zorgverlener is een goede afsluiting ook erg belangrijk. Zeker als er sprake is van het jarenlang delen van de persoonlijke levenssfeer van de oudere in kwestie. Hoe fijn is het dan dat de familie dat erkent en toelaat? Dat ze jou als zorgverlener in de gelegenheid stellen om persoonlijk afscheid te nemen? Dat is iets om heel dankbaar voor te zijn en dat ben ik zeker.  

De keren dat het mij overkwam, voelde de overlijdens van cliënten echt als een verlies. Ze waren – ondanks het grote leeftijdsverschil – een soort vriend(in)(en) geworden. Na al die jaren van zorgverlenen kende ik hun levensverhalen, wist ik wat ze het liefste aten, had ik hun kinderen ontmoet, wist ik in welke pyjama ze bij voorkeur sliepen, in welke matras hun spaargeld zat en wanneer ze klaar waren om het tijdige met het eeuwige te verwisselen.

Na hun overlijdens volgt er dan ook een periode van rouw, ondanks dat het hier gaat over het wegvallen van een werkrelatie en er sprake is van een zekere professionele afstand. De aard van het werk als zorgverlener maakt nou eenmaal dat er een persoonlijke band ontstaat tussen zorgvrager en cliënt. Ik mis hen. 

Daarom dit eerbetoon aan hen die reeds gingen. Afscheid nemen van cliënten die zijn overleden is altijd verdrietig, maar het heeft me geleerd om dankbaar te zijn voor de tijd die ik mede voor hen heb mogen zorgen. Ik koester de herinneringen en draag hun vriendschap en wijsheid altijd bij me. Hun vertrek vormt mij en maakt me hopelijk een nog betere zorgverlener. Ik heb van hen geleerd en zal altijd dankbaar zijn dat ik – ook al was het slechts tijdelijk en zijdelings – deel mocht uitmaken van hun leven.  

Daarom, dank aan ‘mijn’ lieve oudjes die zijn gegaan. Ik ben blij dat jullie geen pijn meer leiden en/of ongemak meer voelen. Jullie hebben nu de rust die jullie verdienen. 
Rust in vrede!

Levenservaring

Dit blog is geschreven in opdracht van Optimaal Zorg.

Ouder worden wordt vaak geassocieerd met allerlei negatieve gevolgen; meer gebreken, meer zorgbehoefte, meer eenzaamheid en allerlei hogere kosten voor de maatschappij. Allemaal waar, maar ouder worden heeft niet alleen negatieve kanten. Er zitten ook voordelen aan, zoals het opdoen van meer levenservaring. Dat levert veel voordelen op, want de verzamelde kennis, wijsheid en inzichten kunnen ons helpen bij het navigeren door verschillende fasen en aspecten van het leven. 

Een belangrijk voordeel van meer levenservaring is betere besluitvorming. Door jarenlange ervaring hebben we geleerd om situaties beter te analyseren, mogelijke consequenties in te schatten en verschillende perspectieven in overweging te nemen. Dit stelt ons in staat om beter doordachte beslissingen te nemen die zijn gebaseerd op een breder begrip van de wereld om ons heen.

Meer levenservaring kan ook leiden tot verbeterde emotionele intelligentie. Naarmate we ouder worden, zijn we vaak beter in staat om onze emoties te begrijpen en te beheersen. We hebben het vermogen ontwikkeld om empathie te tonen en mooie emotionele verbindingen met anderen op te bouwen. Deze emotionele intelligentie stelt ons in staat om betere relaties te onderhouden en effectiever te communiceren.

Met meer levenservaring komen ook allerlei uitdagingen en tegenslagen. We hebben geleerd om met moeilijke situaties om te gaan en veerkracht te tonen. Door tegenspoed te hebben ervaren, hebben we geleerd om door te zetten en weer op te staan na mislukkingen. Deze veerkracht helpt ons om met stressvolle situaties om te gaan en ons aan te passen aan veranderingen in het leven. 

Levenservaring stelt ons in staat om een diepere wijsheid te ontwikkelen. Door de ups en downs van het leven leren we belangrijke levenslessen. We hebben geleerd wat echt belangrijk is in het leven en hebben een beter begrip van wat er werkelijk toe doet. Deze wijsheid stelt ons in staat om anderen te helpen, ondersteunen en waar gewenst te adviseren bij het maken van belangrijke beslissingen.

Met meer levenservaring komt vaak een grotere zelfacceptatie. We hebben geleerd om onszelf te waarderen, inclusief onze sterke en zwakke punten. We hebben geleerd om los te laten wat anderen van ons denken en meer trouw te zijn aan onszelf. Deze zelfacceptatie leidt tot een groter gevoel van eigenwaarde en vertrouwen.

Ouder worden stelt ons dus in staat om betere besluitvormers te worden, onze emoties beter te begrijpen, veerkrachtiger te worden, een diepere wijsheid te ontwikkelen en onszelf beter te accepteren. Dit is een dit een generalistische benadering is van ‘ouder worden’ en geldt zeker niet voor iedereen. Toch is het belangrijk om de waarde van levenservaring te erkennen en te koesteren, omdat het ons helpt groeien en bloeien als individuen. En dat is iedereen van harte gegund. 

Grijs

Dit blog is geschreven in opdracht van Optimaal Zorg.

Halverwege mijn knipbeurt neemt een oudere dame plaats in de kappersstoel naast mij. Mevrouw vindt het tijd voor verandering en wil haar haar laten verven en wel in een stevige rode kleur. De kapster in kwestie is een jonge meid, die net nieuw is in de salon. Ze schrikt ervan, want op dit moment heeft mevrouw duidelijk grijzend donkerblond haar.

“Rood? Weet u dat zeker”, vraagt ze voorzichtig. De oudere dame is overtuigd van haar plannen en knikt vastberaden ‘ja’. De kapster pakt de stalenkaart erbij en mevrouw kiest voor een niet mis te verstane rode kleur. Niet een mooie, natuurlijke rode kleur maar van dat kunstmatige geverfde te rode rood. Heel opvallend en dan niet pers se in de goede zin van het woord.

Op dat moment gaat de eigenaresse die mij aan het knippen is zich er mee bemoeien. “Mevrouw, u bent al jaren een trouwe klant van ons en u kent onze service, maar dit gaan we niet doen”, zegt ze. “Ik leg u ook meteen uit waarom niet. Dit is een kleur die maar heel weinig mensen goed kunnen hebben en daar bent u er geen van. Het zou u er heel onnatuurlijk uit laten zien en ik ben ervan overtuigd dat u er spijt van krijgt.”

Mevrouws gezicht spreekt boekdelen, ze is niet blij. “Ik wil die kleur. Het zal me goed staan en een jongere uitstraling geven”, is haar weerwoord. Er ontstaat een fikse discussie en op een goed moment zoekt de klant steun bij de andere klanten in de zaak. Ze is verbaasd als die allemaal – inclusief mijzelf – aangeven dat we de gekozen kleur niet mooi vinden. 

Om een einde te maken aan de verhitte discussie en om mevrouw tegen zichzelf te beschermen, haalt de jonge kapster haar telefoon tevoorschijn. Ze heeft een speciale app waarmee je een foto maakt en vervolgens de haarkleur en -stijl kunt aanpassen, zodat je een beetje een idee krijgt van hoe je eruit gaat zien. Dat wil mevrouw wel proberen en dus wordt de foto gemaakt. De haarkleur wordt aangepast naar het rood van haar keuze en ze bekijkt het resultaat in stilte. Iedereen in de zaak houdt zijn/haar adem in. Na een paar minuten zegt ze: “Ik lijk wel een heks. Dit is inderdaad geen goed idee”. Een zucht van verlichting gaat door de salon. “Maar wat nu, want ik wil iets anders. Mijn haar zit er nu niet mooi uit”.

Wederom biedt de app uitkomst. Want ondertussen heeft de jonge kapster de foto van mevrouw bewerkt met een mooie natuurlijke grijze haarkleur en een wat hippere coupe. Mevrouw is wederom sprakeloos als ze het resultaat ziet, maar deze keer is dat positief. “Wauw, dat ziet er goed uit. Dit wil ik!” Alle aanwezigen in de salon mogen de foto ook zien en geven zonder uitzondering hun ‘goedkeuring’. “Het maakt u jaren jonger”, zegt de kapster en daar wordt mevrouw blij van want dat is precies wat ze wilde bereiken.

De zijdelingse ontmoeting bij de kapper bevestigt mijn jaren geleden al genomen beslissing om ‘au naturel’ oud te worden. Ook als dat betekent dat mijn huidige weelderige donkere krullenbos grijs, grijzer, grijst wordt. Het zij zo. Ik vind het prima. Als beginnende jongere oudere (ik mag dit jaar voor het eerst de griepprik halen) heb ik qua haar goede genen: mijn oma was al 95 toen ze echt grijs werd, want ‘gekken grijzen niet’ zei ze altijd. En ze had gelijk, want tot op heden ontdek ik zo nu dan een grijze haar in mijn krullen maar dat mag nauwelijks naam hebben. Regelmatig ontmoet ik mensen die domweg niet geloven dat ik mijn haar niet verf. Daar zit ik niet mee. Zolang ik het zelf maar weet. Volgens mij is een weelderige grijze krullenkop ook helemaal goed. Ik ben benieuwd wat de toekomst brengen moge.

Op dat moment gaat de eigenaresse die mij aan het knippen is zich er mee bemoeien. “Mevrouw, u bent al jaren een trouwe klant van ons en u kent onze service, maar dit gaan we niet doen”, zegt ze. “Ik leg u ook meteen uit waarom niet. Dit is een kleur die maar heel weinig mensen goed kunnen hebben en daar bent u er geen van. Het zou u er heel onnatuurlijk uit laten zien en ik ben ervan overtuigd dat u er spijt van krijgt.”

Mevrouws gezicht spreekt boekdelen, ze is niet blij. “Ik wil die kleur. Het zal me goed staan en een jongere uitstraling geven”, is haar weerwoord. Er ontstaat een fikse discussie en op een goed moment zoekt de klant steun bij de andere klanten in de zaak. Ze is verbaasd als die allemaal – inclusief mijzelf – aangeven dat we de gekozen kleur niet mooi vinden. 

Om een einde te maken aan de verhitte discussie en om mevrouw tegen zichzelf te beschermen, haalt de jonge kapster haar telefoon tevoorschijn. Ze heeft een speciale app waarmee je een foto maakt en vervolgens de haarkleur en -stijl kunt aanpassen, zodat je een beetje een idee krijgt van hoe je eruit gaat zien. Dat wil mevrouw wel proberen en dus wordt de foto gemaakt. De haarkleur wordt aangepast naar het rood van haar keuze en ze bekijkt het resultaat in stilte. Iedereen in de zaak houdt zijn/haar adem in. Na een paar minuten zegt ze: “Ik lijk wel een heks. Dit is inderdaad geen goed idee”. Een zucht van verlichting gaat door de salon. “Maar wat nu, want ik wil iets anders. Mijn haar zit er nu niet mooi uit”.

Wederom biedt de app uitkomst. Want ondertussen heeft de jonge kapster de foto van mevrouw bewerkt met een mooie natuurlijke grijze haarkleur en een wat hippere coupe. Mevrouw is wederom sprakeloos als ze het resultaat ziet, maar deze keer is dat positief. “Wauw, dat ziet er goed uit. Dit wil ik!” Alle aanwezigen in de salon mogen de foto ook zien en geven zonder uitzondering hun ‘goedkeuring’. “Het maakt u jaren jonger”, zegt de kapster en daar wordt mevrouw blij van want dat is precies wat ze wilde bereiken.

De zijdelingse ontmoeting bij de kapper bevestigt mijn jaren geleden al genomen beslissing om ‘au naturel’ oud te worden. Ook als dat betekent dat mijn huidige weelderige donkere krullenbos grijs, grijzer, grijst wordt. Het zij zo. Ik vind het prima. Als beginnende jongere oudere (ik mag dit jaar voor het eerst de griepprik halen) heb ik qua haar goede genen: mijn oma was al 95 toen ze echt grijs werd, want ‘gekken grijzen niet’ zei ze altijd. En ze had gelijk, want tot op heden ontdek ik zo nu dan een grijze haar in mijn krullen maar dat mag nauwelijks naam hebben. Regelmatig ontmoet ik mensen die domweg niet geloven dat ik mijn haar niet verf. Daar zit ik niet mee. Zolang ik het zelf maar weet. Volgens mij is een weelderige grijze krullenkop ook helemaal goed. Ik ben benieuwd wat de toekomst brengen moge.

Moestuin

Dit blog is geschreven in opdracht van Optimaal Zorg.

Blozende appels, diverse kolen, aardappels en nog veel meer. Het glimlacht mij allemaal toe vanuit de marktkraam bij de deur van het verzorgingshuis waar ik met enige regelmaat kom. ‘Alles komt vers uit eigen tuin’ melden de verkopers, die tevens bewoners zijn van het tehuis. ‘We hebben het helemaal zelf gekweekt’.

Het kopen van verse groenten direct van de kwekers langs de openbare weg op zichzelf niet zo bijzonder. Maar wel als kwekers allemaal 75+ zijn, in een verzorgingshuis wonen midden in de stad en gebruik maken van een stok, rollator of rolstoel. De verkopers zijn drie van de negentien ‘tuinoudjes’, zoals ze zichzelf noemen, die her en der in de tuin van het tehuis kleine moestuintjes zijn begonnen.

‘Tijdens corona verveelde ik mij. Ik zat veel op het balkon en keek naar buiten’, vertelt initiatiefnemer meneer J. (82). ‘Op een gegeven moment viel het me op dat er vele plekjes waren in de tuin die zeer geschikt zouden zijn als moestuintje’. Hij kan het weten, want hij heeft z’n hele leven gemoestuinierd. ‘Als we meer dan twee keer per maand groente moesten kopen was het veel; we hebben met ons gezin eigenlijk altijd van onze eigen tuin gegeten’.

Daarom deed hij een voorstel aan de activiteitenbegeleiding van het tehuis en die waren meteen enthousiast. ‘Samen zijn we gaan kijken waar moestuintjes konden komen, of er nog meer bewoners waren die mee zouden willen doen en wat we allemaal zouden kunnen kweken, want een goede voorbereiding is het halve werk’, aldus meneer.

In minder dan geen tijd waren er gegadigden voor de 19 minimoestuintjes. ‘En er staan zelfs 7 mensen op de wachtlijst. Er wordt nog overlegt met de gemeente over het gebruik van wat gemeentegrond grenzend aan de tehuistuin, zodat iedereen mee kan doen. Dat zou geweldig zijn. In de tussentijd helpen de wachtlijsters de tuiniers. Samen tuinieren is leuk, lekker en gezond’.

De andere verkopers bevestigen dat. ‘Je moet actief aan de slag als je een moestuin hebt. Weer of geen weer. Grote of kleine tuin, het onkruid moet worden gewied. Zaadjes moeten worden geplant en de oogst gaat niet vanzelf. Maar het is alle inspanning meer dan waard. Kijk maar naar het resultaat’.

Veel van de groenten en fruit uit eigen tuin wordt gebruikt voor eigen consumptie, delen met familie en vrienden en geregeld ook in de keuken van het tehuis. ‘Maar de combinatie van veel regen en goede temperaturen heeft er deze zomer toe geleid dat er heel erg opbrengst was. Veel meer dan we zelf konden gebruiken en daarom staan we hier met ons kraampje’.

Met de opbrengst wordt nieuw, aangepast tuingereedschap gekocht en natuurlijk zaai- en plantgoed. ‘Want ook voor mensen voor wie een moestuintje geen optie is, zijn er mogelijkheden om toch mee te doen. Zo hebben we al diverse mensen geholpen aan kleine kruiden- of aardbeien tuintjes voor op het balkon. Dat is toch hartstikke leuk?!’

Zeker weten!

Eet smakelijk

Dit blog is geschreven in opdracht van Optimaal Zorg.

Ken je dat gevoel dat je een afspraak probeert te maken met een groepje mensen en dat dat zelfs met behulp van de datumprikker een flinke klus blijkt te zijn? Wat een gedoe, zeg. Dus toen ik laatst met een groepje oudere dames, variërend in leeftijd van 75 tot 89 jaar wilde afspreken voor een uitje, nam ik daar de tijd voor. De meesten van hen waren immers redelijk of geheel ‘digibetisch’ of in ieder geval niet vertrouwd met de datumprikker. 

Het ging dus om ouderwets handwerk in de zin van op dat moment live overleggen met een papieren agenda in de hand. De data vlogen over tafel. “Nee dan heb ik een tennistoernooi”, “Nee dan moet ik oppassen op mijn kleinzoon”, “Nee dan ben ik op vakantie”. “Nee dan wordt eindelijk mijn nieuwe fiets afgeleverd”. Na ruim een kwartier was er nog geen datum waarop iedereen mee op stap kon, wat wel de uitdrukkelijke wens van allen was. 

Daarop vroeg ik de dames om te schuiven met andere afspraken, zodat we toch met z’n allen konden gaan. Dus werd er wat heen en weer gebeld, maar zonder resultaat. Dan zit er niets anders op dan dat een of twee dames niet meegaan, zei ik. Nou, dat was echt geen optie, zo werd me van alle kanten verzekerd. “We komen er wel uit”, stelden ze vol overtuiging. 

Hoe dan, vroeg ik mij af. Want de dames zijn allemaal zo druk; drukker dan ik en ik werk fulltime. Dus gooide ik de knuppel in het hoenderhok: “We kunnen natuurlijk ook morgen gaan”, stelde ik voor in een vlaag van verstandsverbijstering. En toen gebeurde het. Na een moment van stilte klonk het: “Ik kan”, “Ik ook”, “Ik ook”, “Ik ook” en “Ik ook”. 

En dus gingen we de volgende dag op stap. Het was een gezellig uitje met iedereen erbij. Tijdens de koffie kwam het gesprek op de ‘datumprikkerij’ van een dag daarvoor. “Ik vind het wel eens lastig dat je tegenwoordig alles van tevoren moet plannen”, zei een van de dames. “Ik wil niet zo’n ouwe taart zijn die zegt dat vroeger alles beter was, maar in dit opzicht was het voor mij vroeger wel beter. Toen ging je vaak spontaan op stap. Gewoon, omdat je er zin in had en het kon ook gewoon”. De andere dames zijn het daar helemaal mee eens. 

“Laatst wilde ik afspreken met mijn kleinzoon van 10 en die pakte zijn agenda om te kijken wanneer het uitkwam. Dat werd dus 2,5 weken later, want hij had sport, afspraak hier, activiteit daar en nog veel meer. Nou ja zeg dat joch is 10 jaar. Begint dat agenda gedoe en druk druk druk zijn nu al? Dat vind ik wel apart hoor”. De andere dames herkennen haar verhaal en hebben veel soortgelijke voorbeelden en diverse variaties daarop. 

“Ik mis het wel hoor dat je zomaar bij mensen langsgaat. Of dat mensen spontaan bij je op de stoep staan. Bij sommige mensen kan dat gelukkig nog steeds, maar lang niet bij iedereen. Dat kan soms heel vervelend uitpakken is mijn ervaring. Laatst was ik bij kennissen en daar werd me om half zes te verstaan gegeven dat ik naar huis moest ‘omdat we zo gaan eten’. Dat heeft me oprecht verbaasd. Verbijsterd is misschien een beter woord. Ik kan me er helemaal niets bij voorstellen dat je iemand wegstuurt omdat je gaat eten. Dat zou ik echt nooit doen”. 

Dat raakte een snaar bij ons allemaal. “Ik kom ook uit zo’n nest waar het altijd de zoete inval was”, vertelt een van hen. “Als er tegen etenstijd gasten waren, werd er klakkeloos van uit gegaan dat ze bleven eten. Ze werden daartoe in ieder geval hartelijk uitgenodigd. Er was ook altijd ‘reserve’ voedsel en hapjes voor die onverwachte gelegenheden. “Want waar er vijf eten, kunnen er ook zes of meer eten zei mijn moeder altijd”. 

Een feest van herkenning. Eet smakelijk!

Bankje

Dit blog is geschreven in opdracht van Optimaal Zorg.

Eigenlijk zit hij altijd op een van de bankjes langs het vaste ‘rondje hondje’ als ik in dat deel van het bos ga wandelen met mijn hond. Een wat je noemt gedistingeerde oude heer, steevast gekleed in een donker geruit pak met een vrolijk gekleurd vlinderdasje. Hij doet me nog het meest denken aan Marten Toonders Ollie B. Bommel en lijkt me een heer van stand. Als je begrijpt wat ik bedoel.

Mijn hond vindt hem duidelijk leuk, want ze loopt altijd kwispelend op hem af als ze hem ziet. Gewoon om een knuffel te halen. De man vindt dat helemaal oké want hij reageert altijd even enthousiast. Tot op heden was het er nog nooit van gekomen om een praatje met meneer te maken. Of ik had geen tijd, of ik was met iemand anders aan de wandel of ik liep te telefoneren. Maar altijd voelde ik mij dan een beetje schuldig als ik doorliep en nam mij voor om de volgende keer wel het gesprek aan te gaan.

Laatst was het dus eindelijk zover, want hij zat er weer. Hondlief ging als altijd naar hem toe en de begroeting was als een van oude vrienden onder elkaar. ‘Ze vindt u leuk’, zei ik hem. ‘Dat is geheel wederzijds’, zei hij. ‘Wat een prachtige lieve hond heeft u.’ Dat is natuurlijk leuk om te horen. 

Ik vroeg hem of hij aan het genieten was, zo in het bos. ‘Jazeker, het is fijn hier. En leuk ook, want er komen altijd mensen en leuke honden langs, een enkele uitzondering daargelaten. En soms een ruiter te paard. Dat is een stuk leuker dan het uitzicht vanuit mijn huis. Ik woon 1 hoog aan een drukke weg met veel verkeerslawaai. Dan zet je niet zo gauw de deur open. Voor mijn dagelijkse doses natuur kom ik hiernaartoe. Heb ik ook meteen mijn wandeltje gehad en blijf ik fit.’ 

Dat verklaart ook meteen waarom ik hem bijna altijd zie als ik hier ga wandelen. ‘Vermoedelijk zijn er ook mensen die het maar raar vinden, zo’n oude man die uren op een bankje in het bos zit mensen te kijken en contact maakt met andermans honden. Maar ik vind het hier gewoon leuker dan auto’s kijken – en noodgedwongen luisteren – die onder mijn raam door razen’. 

Brutaal als ik ben vraag ik hem waarom hij – weer of geen weer – altijd in geruit pak met vlinder das naar het bos komt. ‘Je weet nooit wie je tegenkomt’, antwoordt hij met een knipoog. ‘Op mijn leeftijd – ik ben 86 – moet je wel wat extra’s doen om indruk te maken op de dames’. ‘Oh, dus eigenlijk zit u hier niet voor de natuur, maar voor de dames’, vraag ik hem lachend. Dat beaamt hij volmondig. ‘Er is altijd hoop, toch?’ 

Zeker weten!

Beeldbellen

Dit blog is geschreven in opdracht van Optimaal Zorg.

De pandemie is gelukkig alweer lang geleden en het gewone leven is allang weer gewoon. Gelukkig maar. Het was voor velen een moeilijke tijd die we liefst zo snel mogelijk vergeten. Toch heeft die indringende periode ook goede dingen gebracht. Zoals het gebruik van beeldbellen. Uiteraard gaat er niets boven persoonlijk contact en elkaar echt in de ogen kunnen kijken. Maar als dat om wat voor reden dan ook niet mogelijk is, is beeldbellen een mooie optie. 

Dat geldt zeker ook in de thuiszorg voor ouderen. Hoeveel ouderen zijn tijdens de pandemie niet gaan FaceTimen? Toen uit nood geboren en voor velen het enige alternatief omdat live contact lange tijd niet mogelijk was. Anno 2023 is het een goede manier om tijdens de zomervakantie toch contact te hebben met de (klein)kinderen en/of familieleden elders.  

“Ik vind het fijn dat ik via FaceTime vanuit huis de verjaardag van mijn kleindochter mee kan vieren terwijl zij met haar ouders op de camping in Frankrijk zit”, zegt de 86-jarige mevrouw J. “Voor corona gaf ik mijn dochter een cadeautje en kaartje mee, dat ze op de verjaardag namens mij aan haar dochter kon geven. Dan hoorde ik achteraf de verhalen. Nu was ik er toch een beetje bij en kon ik zelf haar reactie zien. Dat is echt leuker dan verhalen achteraf of alleen per telefoon”.

Mevrouw had nooit gedacht dat ze op haar leeftijd nog aan een iPad en FaceTime zou beginnen. “Ik vond het niet nodig om dat nog te leren, want dat had ik toch helemaal niet nodig. Bovendien dacht ik dat het heel moeilijk zou zijn”, zegt ze. 

En toen kwam de pandemie en werd alles anders. “Mijn kleindochter leende mij haar iPad en leerde me er mee omgaan. Het werkte voor mij eigenlijk meteen goed. Ik vind het een pracht uitvinding. Face-to-face contact staat natuurlijk altijd op de eerste plaats, maar beeldbellen is zeker van de tweede plek. Ik vind dat echt een upgrade van telefoneren. Het feit dat je iemand kunt horen en zien, voegt voor mij echt iets toe”.

Voor mevrouw heeft de mogelijkheid om te kunnen beeldbellen ook geholpen tegen de zomereenzaamheid. “In het verleden vond ik de zomervakantie helemaal niks aan; iedereen was op vakantie en het was stil. Heel stil. Ik miste echt aanspraak. Dat is nu veel minder, omdat ik er gewoon bij kan zijn als er bijzondere dingen zijn. En soms FaceTimen de (klein)kinderen ook gewoon zomaar. Dat vind ik echt fijn en maakt dat de zomer veel minder stil en eenzaam is dan voorheen”. 

Inmiddels heeft het enthousiasme van mevrouw ook haar broer (88) overtuigd. Hij woont al heel lang in Australië. “Hij is ook aan de iPad en nu ‘drinken’ we iedere zondagochtend (voor mij) en avond (voor hem) samen koffie en kletsen we honderd uit. Je praat toch anders als je elkaar ook kunt zien. Onze band is er echt door verbeterd omdat we elkaar geregeld zien en spreken. Ik had nooit durven dromen dat dat nog zou gebeuren, maar het is echt zo. Zien is in dit geval echt geloven.”

Tegen leeftijdsgenoten die twijfelen over het nut van leren beeldbellen zegt ze vol overtuiging: “Doen! Je wereld wordt er een stuk groter door en het is echt niet moeilijk. Ik heb er geen moment spijt van dat ik de moeite heb genomen om het te leren”. 

Oud

Dit blog is geschreven in opdracht van Optimaal Zorg.

Wanneer ben je eigenlijk oud? In mijn jonge jaren dacht ik dat 50-plussers toch minimaal met één been in hun graf stonden. Vele jaren later bereikte ik zelf die leeftijd en dacht ‘ik kom net kijken’. Waarschijnlijk is het dus echt waar wat het welbekende Nederlandse spreekwoord ‘een mens is zo oud als’ie zich voelt’ zegt. Want als je tien mensen met dezelfde leeftijd op een rijtje zet, schat je er een paar op leeftijd, maar zeker ook een paar jonger en anderen juist ouder dan ze daadwerkelijk zijn.

Ik kom in mijn werk veel in aanraking met ouderen en durf wel te stellen dat de ene oudere de andere niet is. Soms kan ik de leeftijd goed inschatten, maar geregeld zit ik er flink naast; vooral vitale, actieve ouderen schat ik vaak jonger in dan ze werkelijk zijn. Laatst ook weer een oudere meneer gesproken die voor de 50ste keer de Nijmeegse Vierdaagse ging lopen. Ik dacht dat hij begin zeventig was, maar niets was minder waar. Hij was 86 jaar jong. Ik schrijf bewust jong, want hij mocht dan qua leeftijd oud zijn, maar verder was hij dat helemaal niet.

Omgekeerd maak ik ook mee dat iemand veel jonger is dan ik dacht. Oeps. Bijvoorbeeld de mevrouw die een heel zwaar leven had gehad, dat zo z’n sporen had nagelaten in haar gelaat en (levens)houding. Ze bleek ruim 15 jaar jonger dan mijn inschatting.

Beide ervaringen leren mij dat leeftijd relatief is. Een getal dat wat maar zeker niet alles zegt. Ouder worden komt niet altijd en alleen maar met gebreken en het leven zelf laat ook zo z’n sporen na. In sommige opzichten kan ouder worden ook een zegen zijn; bijvoorbeeld omdat je je steeds minder gaat aantrekken van wat anderen van je vinden. Of omdat je steeds beter leert relativeren en je niet overal meer van van de kook raakt. Dat brengt een hoop rust en relaxheid, die ik persoonlijk als buitengewoon aangenaam ervaar. 

Waanneer ben je dus oud? Geen idee en wat maakt het ook eigenlijk uit? Het stempel ‘oud’ roept bij velen toch het beeld op van grijze haren, stramme lijven, achter de geraniums, te langzaam rijden op de snelweg, ‘vroeger was het beter’-speeches en nog een hele reeks aan dergelijke stereotypen. Maar dat zijn het: stereotypen, een overdreven beeld van een groep mensen dat vaak niet of in ieder geval niet volledig overeenkomt met de werkelijkheid.

Voor mij is ‘oud’ vooral een ‘geuzenbegrip’; het verwijst naar in mijn ogen positieve facetten als levenservaring, mooie verhalen, zelfkennis, koppig doorgaan, er het beste van maken, niet bij de pakken neer gaan zitten, je niet gek laten maken. Daarom vind ik werken met/bij/voor ouderen een feestje.  

Vliegen

Dit blog is geschreven in opdracht van Optimaal Zorg.

Voor werk met het vliegtuig op reis naar elders in de wereld. Eenmaal geïnstalleerd in het vliegtuig is het altijd even afwachten of en zo ja wie mijn buurman of -vrouw wordt. Spannend. Lang blijven de 2 plekken naast mij onbezet, maar op het laatst komt er dan toch iemand: een dame op leeftijd, naar mijn idee ergens eind zeventig, misschien net tachtig. 

Een van de stewardessen helpt haar met haar tas in de overhead locker te doen, maar niet nadat ze er een boek en brillenkoker uit heeft gepakt. Dan gaat ze zitten en doet de riem om. De stewardess checkt of alles oké is en belooft dat ze gedurende de vlucht regelmatig langs komt om te zien of alles in orde is. En dat doet ze ook; steevast is er dezelfde reactie van mevrouw ‘dat het prima gaat’. 

Ze kijkt een beetje rond en begroet me. ‘Hallo ik ben Stien”, zegt ze en ik stel me ook voor. We raken aan de praat; ze wil graag weten waar ik naar toe ga en wat ik daar ga doen. Nadat ik vele vragen heb beantwoord en we inmiddels lang en breed onderweg zijn, vind ik dat het mijn tijd is om vragen te stellen.

Stien gaat naar haar kleine zusje in Indonesië, die daar al haar hele leven leeft en werkt als dokter. Ze bezoekt haar om het jaar en in het andere jaar komt haar zusje naar Nederland. Als ik haar vraag hoe oud haar zusje is zegt ze ‘84’. Maar hoe oud bent u dan, vraag ik verbaasd. “Oh maar een paar jaar ouder, 88”. Ik zat er dus flink naast met mijn eerste inschatting.

Wauw! Op je 88ste nog goed genoeg zijn om alleen de halve wereld over te vliegen? Daar teken ik voor. “Mijn kinderen hebben de laatste jaren wel als voorwaarde gesteld dat ik speciale assistentie krijg. Dus ik word opgevangen bij de check-in en wordt dan met zo’n golfkarretje naar de gate gebracht. Dat is eigenlijk helemaal niet nodig hoor want ik loop nog als een kieviet, maar mijn kinderen willen dat graag, dus…”, zegt ze met een knipoog.

Mevrouw vertelt dat ze haar hele leven veel en ver heeft gereisd. “Ik heb jarenlang gewoond en gewerkt in wat nu Rwanda is. Ik ben namelijk verpleegster. Na Afrika heb ik ook flink wat tijd doorgebracht in de binnenlanden van Brazilië.” Ze is een wandelend verhalenboek. Geweldig. De vlucht vliegt voorbij. 

Het blijft altijd grappig om te ervaren hoe misleidend iemands voorkomen/uiterlijk kan zijn. Op het oog is mevrouw een kleine, oude dame, maar in werkelijkheid is ze een stevige tante, die wel voor hetere vuren heeft gestaan dan een vlucht rond de halve wereld. De avonturen die zij heeft beleefd zijn genoeg om menig boek mee te vullen. 

Normaalgesproken ben ik geen fan van vliegtuigen, maar deze vlucht van ruim 6 uur is dankzij Stien voorbijgevlogen. Ik gun haar uiteraard haar weerzien met haar zusje, maar vind het stiekem wel jammer dat onze wegen hier scheiden. Want ik had nog uren naar haar verhalen kunnen luisteren.

Eenmaal aangekomen en uitgestapt staat er voor Stien weer een golfkarretje klaar. “Kom, er is tijd genoeg, we brengen jou eerst even naar je gate, want jouw vlucht vertrekt eerder dan de mijne.”, zegt ze en vervolgens instrueert ze de chauffeur om mij eerst weg te brengen. Hij is wat verbaasd maar doet vervolgens wat hem wordt opgedragen. Bij gate B12 is er dan toch het onvermijdelijke afscheid. 😢

Dankjewel Stien, voor deze onvergetelijke vlucht. Veel plezier in Indonesië met je zusje. Mogen jullie samen nog veel mooie avonturen beleven! 

Kamperen

Dit blog is geschreven in opdracht van Optimaal Zorg.

Wandelend door mijn directe woonomgeving stuit ik opeens op een vakantie tafereeltje: een caravan met voortent, een grote bungalowtent, compleet met zitjes ervoor, was aan de scheerlijn, campinggasje op tafel en een zwembadje. Op zichzelf is het in deze tijd van het jaar niet bijzonder om op ongebruikelijke plekken in de stad een tent, (vouw)caravan of camper te zien verrijzen, want de zomervakanties zijn begonnen en er wordt overal van alles uitgeprobeerd en overal worden spullen ingepakt. Twee dingen maken dit tafereel bijzonder: de was aan de scheerlijn en de locatie. De was, want dat hoef je toch niet te oefenen zou je zeggen. En het aparte aan de locatie is dat dit in de tuin van het verzorgingshuis staat. Voor ik me kan afvragen wat er ‘aan de hand is’ word ik aangesproken door een oudere bewoner van het verzorgingstehuis. Hij nodigt mij uit voor een kopje koffie, of in mijn geval thee. Nieuwsgierig als ik ben, neem ik de uitnodiging graag aan.

De ‘minicamping’ zoals hij het noemt, is ontstaan tijdens de pandemie. “Er is toen gezocht naar manieren om toch leuke dingen te doen binnen de mogelijkheden die er toen waren. In kleine groepjes een paar uurtjes op vakantie in de tuin, was het idee. Aanvankelijk vooral voor onze dementerende bewoners, maar al snel bleken ook anderen het leuk te vinden”. 

Wat een goed idee! De setting nodigt uit tot ouderwets ‘campinggenot’ wat ongetwijfeld veel herinneringen oproept bij bezoekers. “Het was aanleiding tot heel veel mooie momenten voor mensen met dementie die opeens weer een helder moment beleefden. Dat was voor de aanwezige familieleden echt een cadeautje. Maar ook bij andere bewoners leidde het tot mooie verhalen over vakantie avonturen uit vervlogen jaren.”

De ervaringen van die eerste keer waren zo positief, dat de minicamping in de tuin sindsdien iedere zomer terugkeert. “De meeste bewoners vinden het hartstikke leuk. We komen geregeld even een bakje doen en een praatje maken. Net als op de camping”, vertelt de man die zelf ook veel tijd op deze speciale camping doorbrengt. 

“Wij gingen vroeger graag kamperen; met het gezin gingen we heel Europa door. We hebben er altijd van genoten; een beetje keutelen op de camping, boekje lezen, barbecueën en natuurlijk met de kinderen naar het zwembad. En natuurlijk onder het genot van een drankje en wat lekkers kijken hoe de nieuwe buren de tent opzetten omdat ze onze hulp daarbij weigerden. Dat was altijd aanleiding tot veel gegniffel en plezier.”

Maar tijden veranderen; kinderen vliegen uit, het lijf wordt strammer en zes jaar geleden is zijn vrouw overleden. “Sindsdien woon ik hier. Dat was in het begin wel even wennen, maar al vrij snel voelde ik mij thuis. En zoiets als dit, deze minicamping, brengt een hoop mooie herinneringen boven. Als je hier gaat zitten, heb je binnen de kortste keren een leuk gesprek. Daar geniet ik van.”

Voor mij als toevallige voorbijganger werkt het precies hetzelfde. Opeens waan ik mij weer op de camping in de Dordogne, met de vouwcaravan en het concert van duizenden krekels in het aangrenzende korenveld. “Het waren mooie tijden op de camping”, onderbreekt mijn gastheer mijn bezoek aan mijn verleden. “Dit is een hele leuke manier om toch weer even van dat ouderwetse vakantiegevoel te genieten.”

Goede reis allemaal, fijne vakantie!

Schuiven naar boven